Jaap Bontenbal: 'Wat ik voor Excelsior voel zit in me'

Als lid van de jeugdcommissie, bestuurslid en later als voorzitter was hij jaren betrokken bij de club. Na 35 jaar hield hij het voor gezien, zat nog drieënhalf jaar in het sectiebestuur van de KNVB en keerde terug bij Excelsior. Tegenwoordig ontvangt hij bestuursleden van de tegenstanders in het sponsorhome en treedt hij bij wedstrijden van het tweede elftal op namens het bestuur. Jaap Bontenbal vertelt over zijn liefde voor Excelsior.

‘In 1942 kwam ik voor het eerst bij Excelsior; ik was twaalf. We waren verhuisd van de Weteringsingel naar de Oostmaaslaan. Als je die uitwandelt, loop je tegen Woudestein aan. Een van mijn vriendjes was helemaal bezeten van Excelsior en ging vaak kijken. Dat bracht hij op mij over. Toen speelde we nog in de tweede klasse amateurs, tegen clubs als SVV, CVV, Overmaas, Unitas. In de oorlog heeft het voetballen een poosje stil gelegen, maar kort daarna ging het weer volop draaien en zat ik er regelmatig bij. Ik heb zelf nooit bij een club gevoetbald. Ik deed wel aan school- en straatvoetbal. Vroeger werd enorm veel op straat gevoetbald, in de oorlog helemaal.‘
‘Een neef van mij speelde bij Excelsior. Toen ik uit militaire dienst kwam ging ik regelmatig bij hem kijken. Ik leerde steeds meer jongens kennen en de toenmalige jeugdsecretaris sprak mij aan of ik geen juniorenleider wilde worden van C3. Twee, drie maanden later was er een bestuurscrisis. Praktisch het hele bestuur trad af en Henk Zon werd voorzitter. De jeugdsecretaris werd benoemd als penningmeester en ik werd gevraagd voor de jeugdcommissie. In 1960 trad ik toe tot het bestuur, met als portefeuille jeugdzaken. Natuurlijk raakte ik ook betrokken bij andere zaken, want als je in het bestuur zit ben je verantwoordelijk voor het totale beleid.’
‘In 1963 werd ik tweede voorzitter. Als Henk Zon er niet was, moest ik hem vervangen. Dat stelde overigens niet zo veel voor, want Henk Zon was natuurlijk alom aanwezig en heel druk met de club. Het kwam niet zo vaak voor dat ik voor hem in moest springen. Zon kwam al snel in het bestuur betaald voetbal en later in het bondsbestuur. In mei werden altijd nieuwe contracten aangeboden en daar moest over onderhandeld worden. Dat wilde Zon liever niet doen omdat hij zich als lid van het bondsbestuur niet al te kwetsbaar op kon stellen bij contractbesprekingen. Dus vroeg hij of ik Aad Libregts wilde assisteren.’
‘In 1977 bestond Excelsior 75 jaar en trad Henk Zon af en volgde ik hem op. Excelsior was net gedegradeerd en we draaiden nog een slecht seizoen. In 1976 hadden we al gesproken met de wethouder van sport. We wilden dat het betaalde voetbal in Rotterdam gesubsidieerd zou worden. Dat heeft allemaal niets opgeleverd. Ook waren er plannen voor een nieuw stadion, waarin Excelsior en Sparta samen zouden gaan spelen. We spraken ook over een fusie. Feyenoord zag onze besprekingen met Sparta met lede ogen aan. De voorzitter van Feyenoord schoot mij een keer aan en vertelde dat hij over samenwerking wilde praten. Daardoor konden wij op een buitengewoon gunstige manier over spelers beschikken.’
‘Van 1982 tot 1987 speelden we vijf jaar achter elkaar eredivisie, heel lang voor Excelsior. Je moet oppassen dat je dat niet te veel opzweept in je herinneringen, maar het waren tijden dat je met ontzettend veel plezier naar Excelsior keek. In 1987 zijn we weer gedegradeerd. Eerder had ik al bekend gemaakt dat ik zou terugtreden als voorzitter. Ik was 35 jaar actief geweest voor de club, en dan bedoel ik ook werkelijk actief. Ik heb er altijd ongelooflijk veel tijd ingestoken. Dat geeft niet, want het is je hobby dus dat mag van je worden gevraagd. Maar ik vond het toen welletjes. Vanaf 1989 heb ik nog drieënhalf jaar in het sectie bestuur van de KNVB gezeten. Dat was een leuke en fijne periode. In 1993 was het definitief over wat betreft mijn activiteiten in de voetballerij.’
‘Ik ben wel altijd naar Excelsior blijven gaan, want dat is een deel van mijn leven. Het is niet zo dat ik aan niets anders denk dan aan voetbal, want ik kan ook wel relativeren hoor. Ik vind dat het voetbal wel eens overbelicht wordt, alsof er niets belangrijkers bestaat. Maar zo'n club dat gaat in je zitten. Het gevoel dat ik heb als ik bij Excelsior zit, heb ik bij geen een andere club. Ik ga ook nog wel eens naar Feyenoord en dan vind ik het leuk als ze winnen. Maar Excelsior is van een andere orde, alleen daar kan ik juichend opspringen bij een doelpunt. Vanaf mijn twaalfde jaar is dat gegroeid. Ik ben niet iemand die met shirts, petten of sjaals ga lopen. Dat vind ik te veel uiterlijk vertoon. Wat ik voor Excelsior voel zit in me.’
‘Een van de mooiste momenten bij Excelsior was toen we voor de nacompetitie speelden tegen Telstar. We konden promoveren en de financiële situatie bij Excelsior was zo rampzalig dat promotie een absolute must was. We moesten winnen en die goal kwam maar niet. Op zo'n moment hoor je me niet, maar ik zat zachtjes kapot te gaan. Toen het doelpunt uieindelijk viel, was ik natuurlijk ongelooflijk blij. Ik dacht: als we niet promoveren weet ik niet meer hoe ik het schip drijvende moet houden.’
‘We begonnen het nieuwe seizoen met een thuiswedstrijd tegen Feyenoord en Hans Kraay vroeg of wij niet in de Kuip wilden spelen. Ik wilde dat wel en ben naar de KNVB gegaan met een verhaal; de tribunes naast de kleedkamers waren afgebroken en er lag nogal wat rotzooi. Ik had het geluk dat voorzitter Jan Huibregts op vakantie was, want die zou het zeker niet willen. Zijn vervanger had er geen problemen mee. Huibregts heeft nog tevergeefs geprobeerd het terug te draaien. Uiteindelijk zaten er 22.000 mensen, dat zijn opstekers die liegen er niet om. Het is me later nog een keer gelukt, puur op gronde van bedrijfsvoering.’
‘We hebben ook twee keer een zogenaamde dubbel in de Kuip gespeeld. Toen ging het ook met Feyenoord niet zo goed en die kon alle inkomsten die de Kuip genereerde goed gebruiken. We speelden tegen PSV voor een thuiswedstrijd van Feyenoord. Dat hebben we ook een keer gedaan met Excelsior - Sparta. Er was een recettedeling afgesproken, want dat ging allemaal op dezelfde toegangskaarten. De prijzen waren natuurlijk wat verhoogd. Je was toen veel meer dan nu aangewezen op recettes. De tv-inkomsten waren veel lager, sponsoring begon net te komen. Recettes waren de kurk waar de club op dreef.’
‘De noodzaak voor een nieuw stadion bestaat al zeker 25 jaar. Ook in mijn bestuursperiode zei ik dat het ondenkbaar was dat we een rol van betekenis zouden spelen in het betaalde voetbal, zolang we over zo'n toch tamelijk armoedige accommodatie beschikten. Juist omdat toeschouwersaantallen zo van belang waren. Toen Henk Zon nog voorzitter was werd al over een nieuw stadion gesproken, maar het was op financiële gronden niet realiseerbaar. In de tachtiger jaren zijn de plannen weer uit de ijskast gehaald, toen we met de gemeente en Sparta hebben gesproken. Ook over een fusie. Ik zei steeds: laten we eerst eens een stadion bouwen waarin beiden spelen, want een fusie is zo onherroepelijk.’
‘Men zegt dat Rotterdam een voetbalstad is, maar ik vind het meer een Feyenoordstad. Wij hebben altijd voor betrekkelijk weinig publiek gespeeld. Zelfs in de tijd dat we in de eredivisie speelden. We wonnen een keer met 4-0 van Feyenoord. Dan dacht je dat de mensen een week later wel zouden komen. Niet dus. Ook Sparta is een beetje het slachtoffer geworden van het gebrek aan belangstelling in Rotterdam. Bij Excelsior was het lange tijd een beetje troosteloos, dat trekt geen mensen. Ik denk dat het nieuwe stadion meer aantrekkingskracht heeft. Vroeger waren mensen niet zo veeleisend. Ze zaten op een houten bank of ze stonden, en niet overdekt. De eisen voor comfort waren aanmerkelijk lager. Maar als mensen het willen, moet je het ze ook bieden.’
‘Ik denk dat we blij moeten zijn met de samenwerking met Feyenoord. Dat geeft ons meer financiële armslag. Anders zou het bijzonder moeilijk worden. Je zou zeggen: hoe doen die andere eerste divisieclubs dat dan? Die hebben vaak toch een gemeenschap achter zich. Helmond mag dan wel klein zijn, maar ze hebben alleen Helmond Sport. Het is dan makkelijker om belangstellenden te vinden. Feyenoord snoept een heleboel weg, maar Rotterdam is groot genoeg. Als het op zuid regent moet het bij ons druppelen. Bovendien krijgt Excelsior behoorlijk wat sympathie. Ik heb dat in mijn periode ook gemerkt, al moet je daar ook voor oppassen; ze spreken soms een beetje vertederend over je.’
‘Ik heb tegenwoordig geen enkele bemoeienis meer met het beleid. Ik ben gastheer in het sponsorhome en vertegenwoordig het bestuur bij wedstrijden van het tweede elftal. Maar om advies vragen ze me niet, dat hoeft ook niet. Toen ik Henk Zon opvolgde, ben ik echt niet voortdurend bij hem om raad gaan vragen. Later - toen zijn vrouw ziek was en hij ook niet zo gezond was - zocht ik hem wel regelmatig op om hem bij te praten over de club. Ook dan begon hij mij echt niet vol te stoppen met adviezen. Ik had het voordeel dat ik al zeventien jaar met hem in het bestuur had gezeten. Ik was van alle ins en outs op de hoogte, kende veel mensen. Eigenlijk had ik dankzij Henk Zon een goede leerschool gehad.’

Naschrift
In de zomer van 2004 werd Jaap Bontenbal opnieuw voorzitter van Excelsior. Hij volgde de plotseling vertrokken Martin de Jager op. Hij bleef twee seizoenen preses van de club, waarna hij per 1 juli 2006 werd opgevolgd door Nico Janssens.