1978: ‘Als een wedstrijd het predikaat uniek verdient, dan is het deze wel’

In vijftig jaar betaald voetbal heeft Excelsior een aantal tamelijk bizarre wedstrijden gespeeld. Maar als we de kranten van destijds mogen geloven was het treffen tussen Excelsior en Fortuna SC op 7 mei 1978 toch wel een van de meest curieuze. Zo schreef een van de kranten daags na deze wedstrijd: ‘Als een wedstrijd het predikaat uniek verdient, dan is het deze wel’. Het werd in Sittard die middag 5-6. Het laatste, winnende doelpunt viel in blessuretijd.
Excelsior maakte in het seizoen 1977-1978 een rommelig jaar door. De toch al niet brede selectie van trainer Thijs Libregts werd geteisterd door blessures. Het was zo erg dat op een bepaald moment negen spelers niet inzetbaar waren, waaronder steunpilaren als Frans Struis en Sjaak Roggeveen. Niet voor niets verzuchtte voorzitter Jaap Bontenbal op een bepaald moment tegenover een journalist: ‘Onze grootste sponsor op dit moment is het GAK’. Om de ergste pijn te verzachten werden Dick Ernst en André Stafleu gehuurd van Feyenoord. Ook hun komst kon echter niet voorkomen dat Libregts regelmatig amateurspelers uit het derde elftal moest meenemen om tot voldoende spelers te komen.

Periodetitel
Door deze problemen lukte het Excelsior maar niet om een periodetitel te pakken. En dat terwijl de club de extra inkomsten juist goed kon gebruiken. Op de voorlaatste speeldag kreeg de ploeg nog één laatste kans. Maar dan moest er in Sittard wel gewonnen worden van Fortuna SC, dat zelf ook nog kans maakte op de periodetitel. Met de volgende elf spelers in het veld begon Excelsior aan een wedstrijd, die een ware slijtageslag zou betekenen vooral alles en iedereen op en rond het veld: René Vermunt, John van der Spek, André Stafleu, Cees van de Munnik, Carlo van Tour, Makkie Nijssen, Ton Pattinama, Koos Waslander, Dick Ernst, Aad Teijl en Leen Swanenburg.
Waar Excelsior moest winnen, leek alle hoop al na vier minuten spelen vervlogen. Eerst was het Jaap van de Berg, die eerder speelde voor Excelsior, die Fortuna SC al na 59 seconden op een 1-0 voorsprong zette. Veel tijd om de poppetjes anders neer te zetten kreeg Thijs Libregts niet, want na vier minuten spelen werd het 2-0 voor de Limburgers. Gelukkig voor Excelsior tekende Makkie Nijssen een minuut later alweer voor 2-1, want anders was het vrijwel over geweest. Dit leek alsnog het geval toen Engbersen na zes minuten spelen voor 3-1 zorgde. Na amper zes minuten spelen was er dus al vier keer gescoord en leek Fortuna op rozen te zitten. Er stond de zesduizend toeschouwers in Sittard echter nog heel wat te wachten.

Oogkleppen
Wat de toeschouwers te zien kregen, had volgens een van de aanwezige journalisten niets met tactiek te maken, maar met vermaak: ‘Opgejut door het clubbelang dat er op het spel stond, stormden beide teams ongeacht de tegenslagen die zij onderweg opliepen met oogkleppen voor alsmaar door.’ Zeker gaandeweg de wedstrijd werden de acties met de minuut driester, zo blijkt uit het verslag: ‘Een middenveld bestond niet meer, waar de bal was, waren de meeste spelers.’ De paar achtergebleven verdedigers bevonden zich door deze alles-of-niets-tactiek tegenover een geweldige meerderheid aan aanvallers. Wie dit zo leest, voelt waarschijnlijk al aankomen dat er nog flink wat doelpunten zouden vallen in de resterende 85 minuten.
Nog voor rust scoorde Excelsior via Leen Swanenburg 3-2 en in de 34e minuut zorgde Zuidersma voor 4-2 namens Fortuna SC. In de rust probeerde Libregts de zaken recht te zetten in de hoop dat zijn ploeg alsnog zou winnen. Zo ongeveer met oogkleppen op zagen de spelers van Excelsior in de tweede elftal alleen nog maar het vijandelijke doel. Tien minuten na rust stond het 4-4 na doelpunten van Leen Swanenburg en Koos Waslander. Met deze gelijke stand kon de wedstrijd nog alle kanten op en de slotfase werd daardoor nog hectischer dan wat al geweest was. Zoals Libregts het omschreef: ‘In wezen had deze wedstrijd op het eind nog maar weinig met voetbal te maken. Er werden bij ons flinke blunders begaan, maar daar kon gezien het belang dat op het spel stond niet al te lang bij worden stilgestaan.’

Intimidatie
Twintig minuten voor tijd kwam Fortuna SC via Engbersen op 5-4, maar een minuut later zorgde Swanenburg alweer voor 5-5. Kort daarna bracht Libregts twee routiniers in die met hun ervaring voor het verschil moesten gaan zorgen. Zowel Frans Struis als Sjaak Roggeveen was langdurig geblesseerd geweest. Vooral Roggeveen kwam amper vooruit. Zijn invalbeurt was volgens hem vooral bedoeld als een soort intimidatie van de tegenstander: ‘Want je hebt het gezien: ik liep nog aardig mank. Zaterdag had ik voor het eerst tien minuten met de bal getraind. Ik kon amper lopen. Van invallen, om op de valreep een beslissing te forceren had ik alleen maar gedroomd.’
Zover kwam het niet, maar Excelsior kwam in de slotfase wel tot scoren. Nadat de reguliere speeltijd was verstreken tastte Jaap van de Berg volledig mis op een omhaal van de overijverige Koos Waslander. Het was Dick Ernst die de bal kreeg. Hij aarzelde niet, stormde op doelman Bram Geilman (ex-Excelsior) af en schoot de bal achter hem in het net. Alles en iedereen van Excelsior explodeerde van blijdschap, zeker nadat scheidsrechter Bep Thomas voor het eind had gefloten. Trainer Thijs Libregts, die immers met zoveel tegenslag was geconfronteerd in dit seizoen, was door het dolle heen. Hij stormde het veld in en omhelsde een voor een zijn spelers, die eveneens feestvierden.

Weinig illusies
‘Dit moet mij echt niet te vaak overkomen’, verzuchtte Libregts nadat hij weer tot rust was gekomen. ‘Het werd op een gegeven moment zo erg dat ik mijn hoofd niet meer om durfde te draaien omdat ik bang was weer een doelpunt te missen.’ De vreugde over het behalen van de nacompetitie was groot bij de oefenmeester. Hij koesterde zich overigens weinig illusies over de kansen van Excelsior in die nacompetitie: ‘Ik ben zo gelukkig dat wij ons geplaatst hebben voor de nacompetitie. De club kan de financiën geweldig goed gebruiken. Voor het overige zijn die wedstrijden niet zo van belang. Op een plaatst in de eredivisie hoop ik niet eens, want dan ga je toch maar een walgelijk jaar tegemoet.’ Ook Sjaak Roggeveen zag een promotie niet voor zich: ‘Ik geloof niet dat dit elftal rijp is voor de eredivisie. Eigenlijk kan dat gewoon niet. Of we zouden subsidie of andere steun moeten krijgen.’

Voetbalsprookje
Het behalen van de nacompetitie werd op Woudestein uitbundig gevierd. De spelers kregen echter geen premie. Daarvoor moesten ze eerst presteren in de nacompetitie. Veel succes had Excelsior echter niet. In een poule met MVV, FC Groningen en FC Wageningen eindigde Excelsior als laatste. Er werd gewonnen van FC Groningen (1-0) en in het Oosterpark werd het 1-1. De andere wedstrijden gingen allemaal verloren. Overigens bereikte Excelsior in dit seizoen tevens de halve finale van het bekertoernooi, waarin AZ’67 te sterk bleek (1-2 en 3-0). Zo bizar als het duel in Sittard werd het echter niet meer. Niet voor niets stonden de dag na het duel koppen in de krant als ‘Eén brok sensatie’, ‘Het mirakel…’ en ‘Excelsior wint voetbalsprookje’.