1962: ‘Geen trucs of superduiken, maar gewoon mijn doel schoon houden’
Er moest iets gebeuren. Daar was alles en iedereen bij Excelsior van overtuigd op 10 december 1961. Excelsior had die dag met 3-2 verloren van Hermes DVS. Niet dat de ploeg slecht speelde, maar toch mankeerde er iets. De spelers ‘vergaten’ volgens de Excelsior Kroniek slechts één onderdeel van het spel: scoren. Aan de andere kant bleek ook de doelverdediger niet erg betrouwbaar, gezien de volgende zinsnede in het wedstrijdverslag: ‘Overigens de keeper... maar dit begreep u reeds...’
Na vijftien wedstrijden in het seizoen 1961-1962 stond Excelsior op de dertiende plaats in de eerste divisie. Dat lijkt niets bijzonders, ware het niet dat er dit seizoen iets belangrijks gaande was in het betaalde voetbal. Zes jaar na de invoering van betalingen aan spelers, ging het niet goed. Steeds meer clubs hadden moeite om hun begroting rond te krijgen. En dus had de voetbalbond besloten dat er gesaneerd zou worden. Op termijn moest de tweede divisie worden opgeheven, waarna slechts een eredivisie en een eerste divisies zouden overblijven.
Als gevolg daarvan moest Excelsior, net als de andere clubs in de eerste divisie, bij de bovenste zes eindigen om in de eerste divisie actief te mogen blijven. Het bestuur van Excelsior wilde dit dolgraag en had daarom het aantal contractspelers uitgebreid en stelde de spelers bij goede prestaties bovendien hogere vergoedingen in het vooruitzicht.
Dreigbrieven
Na vijftien wedstrijden dreigde Excelsior, dat onder leiding stond van trainer Bob Janse, de boot echter te missen. De prestaties waren niet goed. Het bestuur ontving zelfs anonieme dreigbrieven, waarin supporters hun ongenoegen uitten over de gang van zaken. Hoewel men niet gediend was van deze anonieme kritiek, was ook de Excelsior Kroniek kritisch over het eerste elftal: ‘Het is alsof de belangrijkheid van deze meer dan spannende competitie (.) onze jongens als het ware verlamt en hun verrichtingen doet ‘vertalen’ in een stunteligheid, waarin wij weigeren te geloven.’
Ook stond in het clubblad te lezen: ‘De gevierde goalgetters Meerman en Slui van weleer zweven thans voor open doelen als schimmen uit een ver verleden, de ‘tegenhouwers’ Brouwer en Janssen weigeren pertinent hun achterhoede de zo nodige steun door onzeker optreden en verwisselen van plaats in het houten huis met een gretigheid, als heerste er de pest.’
Hoewel iedereen al langer wist dat er iets moest gebeuren, bleek de 3-2 nederlaag in de semi-derby tegen Hermes DVS de bekende druppel. Speler Dick van den Polder had geen zin in klagen alleen en besloot tot actie over te gaan. Het probleem begon volgens Van den Polder bij de doelman. Zolang die geen vertrouwen uitstraalde, zou dat doorwerken op de hele ploeg. De oplossing was dus eigenlijk heel simpel: zijn boezemvriend Arie den Hertog, de veelgeprezen keeper, moest terugkeren onder de lat. Dan zou het vanzelf goed komen.
Belangrijker
Sinds begin jaren vijftig was Arie den Hertog een vaste waarde geweest in het doel van de Kralingers. Het probleem voor Excelsior was echter dat Den Hertog zijn maatschappelijke carrière belangrijker vond dan het voetballen. Hij was werkzaam bij een grote liftenfirma en kon met dat bedrijf meegroeien. Dan moest hij echter wel de benodigde diploma’s halen. ‘Ik werkte overdag van half negen tot vijf en ik wilde ‘s avonds al mijn aandacht aan de pittige studie kunnen geven. Drie avonden in de week trainen en op zondag voetballen kon ik daar niet bij hebben. Daarom besloot ik in 1961 te stoppen.’
Na vijftien wedstrijden vond Dick van den Polder echter dat het zo niet langer kon doorgaan. Van den Polder en Den Hertog kenden elkaar al sinds hun jeugd. Ze groeiden allebei op in de Rotterdamse wijk Blijdorp en voetbalden daar samen op straat. Nadat Den Hertog zich in 1943 had aangemeld bij Excelsior, besloot zijn vriend hem een jaar later te volgen. Nu, bijna twintig jaar later, besloot Van den Polder de stoute schoenen aan te trekken. Op een avond ging bij zijn jeugdvriend langs in de hoop hem over te kunnen halen.
Amateur
Van den Polder: ‘Ik heb de hele avond met Arie zitten praten en uiteindelijk voelde hij wel iets voor een terugkeer in het doel bij Excelsior. Hij stelde echter wel een aantal voorwaarden.’
Den Hertog: ‘Die studie bleef het belangrijkste, dus moest het voetbal mij niet te veel tijd gaan kosten.’
De doelman wilde daarom niet betaald worden voor zijn diensten. Hij wilde als amateur terugkeren onder de lat om zonder problemen te kunnen stoppen wanneer het onverhoopt niet te combineren bleek. Ook wilde hij geen ritme opdoen in het tweede elftal, hij wilde de zondag erna meteen in het eerste beginnen. Bovendien wilde hij op trainingsavonden bij zijn werk worden opgehaald en meteen erna weer naar huis gebracht worden, zodat hij zo min mogelijk tijd zou verliezen.
Den Hertog: ‘Dick ging toen met die voorwaarden naar voorzitter Henk Zon en trainer Bob Janse.’
Van den Polder: ‘Hoewel Janse twijfelde, hij wilde Arie eerst in het tweede laten keepen, zijn de voorwaarden met Henk Zon geregeld. Dus de zondag daarop keerde Arie terug in het doel van Excelsior.’
Vertrouwen
Dat was op 17 december 1961 in de thuiswedstrijd tegen Scheveningen Holland Sport (SHS). Toeval of niet, maar Excelsior won dit duel met 4-0.
Den Hertog: ‘Het doel was om de verdediging beter te laten functioneren, want er was weinig vertrouwen. En dat ging goed. We wonnen van SHS en gingen daarna steeds beter spelen. Op een bepaald moment was er geen doorkomen meer aan. Dat was puur een kwestie van vertrouwen. Zelf hoefde ik niet op de voorgrond te treden. Ik wilde simpelweg zo min mogelijk fouten maken. Geen trucs of superduiken, maar gewoon mijn doel schoon houden.’
Na de winst op SHS zette Excelsior een indrukwekkende serie neer. Er werd gewonnen van Limburgia (0-2), Heracles (1-0), Enschedese Boys (1-0), EBOH (2-0), Willem II (2-3), Heerenveen (0-4), Hilversum (1-0), NOAD (0-4), Wageningen (3-0), HVC (1-2), Willem II (4-0), RBC (1-2), SHS (0-1), VSV (2-0) en ZFC (1-0) en gelijk gespeeld tegen Elinkwijk (1-1), VSV (0-0), Be Quick (3-3) en Hermes DVS (1-1). Negentien wedstrijd zonder een nederlaag. Waar Excelsior na vijftien duels nog dertiende stond, kwam het op de laatste speeldag drie punten tekort om kampioen Heracles te achterhalen.
Eclatante wijze
Op ‘éclatante wijze’ kwam Excelsior dus terug uit een schijnbaar verloren positie en werd tweede, waardoor het een seizoen later in de eerste divisie van het betaalde voetbal speelde. Topscorer dat seizoen werd Thijs Libregts die vijftien doelpunten maakte, gevolgd door Frans van der Burg (twaalf), Toon Meerman (elf) en Piet Slui (elf). Dé man van het seizoen was echter Arie den Hertog, zonder wie Excelsior wellicht nooit uit het dal was geklommen. Hij keepte slechts achttien van de 34 wedstrijden, maar speelde wel een belangrijke rol bij het behalen van de zo belangrijke tweede plaats.
Den Hertog: ‘Zonder een goede keeper kun je geen elftal bouwen. Toen het achterin beter stond, ging de ploeg steeds beter spelen.’
En niet alleen het voetbalseizoen liep goed af, ook zijn studie wist hij met glans af te ronden.
Televisie
De spelers van Excelsior kregen vanwege de tweede plaats een bonus van 750 gulden de man. Alleen Arie den Hertog deelde niet mee in de premies. Hij had immers als amateur gevoetbald.
Van den Polder: ‘Ik ben naar Henk Zon gegaan en heb gezegd dat ze dat niet konden maken. Hij had immers ons seizoen gered.’
Den Hertog: ‘Ik mocht vervolgens een televisie gaan uitzoeken bij een sponsor. Dat was perfect. Ik vond het niet jammer dat ik geen geld kreeg, daar ging het me immers niet om. Het sportieve succes en het feit dat ik verder kwam in mijn maatschappelijke carrière vond ik veel belangrijker.’
Arie den Hertog is inmiddels al meer dan zestig jaar lid van Excelsior. Algemeen wordt hij gezien als de beste sluitpost die Excelsior ooit gehad heeft. ‘Ik probeerde met zo weinig mogelijk spats, zoveel mogelijk ballen tegen te houden’, zegt hij bescheiden. ‘Ik keepte eigenlijk zoals mijn boezemvriend Dick van den Polder voetbalde: op intuïtie. Ik was geen lijnkeeper, maar probeerde de hele zestien te beheersen. Als er een voorzet kwam, stormde ik soms een heel eind mijn doel uit om de bal weg te stompen of te grijpen. Ik probeerde zo weinig mogelijk moeilijk te doen, maar wel om bepaalde gevaarlijke situaties voor te zijn.’
Voetballen
‘Als jongentje van een jaar of acht, negen vroegen ze op straat altijd al of ik wilde keepen. Dat heb ik van mijn vader. Die was keeper in het aller eerste elftal van Celeritas - de voorloper van Feyenoord - dat aan de competitie deelnam. Ze speelden toen op het Afrikaanderplein. Ik had overigens ook wel graag willen voetballen, maar het is de vraag of ik dan het eerste elftal had gehaald. Tijdens partijtjes op de training speelde ik wel altijd voorin. Een goede keeper moet in mijn ogen ook kunnen voetballen.’
‘Ik was sowieso niet zo’n statisch, stil mannetje. Rinus Smits, een van de trainers waaronder ik heb gevoetbald, zei altijd: bestrijk zoveel mogelijk ruimte als je kunt. De enige reden dat ik ben gaan keepen is omdat ik er goed in was en niet omdat ik het leuk vond. Maar ik kon het wel, dus ik denk dat ik daarin mijn bevrediging vond.’